DE DONKERE NACHT VAN DE ZIEL

Vragende verhalen. Zoveel woorden, losse zinnen, gebrabbel en gekakel. Geloof niet alles wat je denkt, denk niet dat je alles kunt geloven. Onderschat ondertussen de kracht van gedachtegang niet. Zó verwarrend, zo in de war.
De kracht van de Geest heeft het overgenomen van de Ziel. Het is de Donkere Nacht van de Ziel.
De kelder waar onbewustzijn huist heeft een geheim verbond gesloten met de gesloten kamer van bewustzijn. Zelfs met het brein, de geest en alles wat daartussen zweeft. Het geheel is opgesplitst in zovele minuscule deeltjes en ze wil ze allemaal kunnen onderscheiden. Het zijn lichtdeeltjes maar licht geven doen ze niet. Ze hebben de kracht niet om te schijnen. En zij heeft geen schijn van kans

De wijsheid ontbreekt het haar om de zinnigheid van dit alles te onderscheiden. Het lijkt zelfs even zinloos te zijn. Kan dat eigenlijk; dat iets volkomen nutteloos is? vraagt ze zich af. Zelfs zo onzinnig dat je toch dwangmatig en bijna instinctief blijft zoeken naar de zin ervan terwijl dat ongelooflijk zinloos blijkt te zijn? En wanneer ontdek je eigenlijk dat je hele zoektocht zinloos is?
Dat is wellicht de zin ervan. Niets gebeurt tenslotte zomaar. Zelfs het niets bevat iets.
Er moet dus zoiets bestaan als de zin van de onzin.

De waarheid bestaat niet en toch zoekt zij deze. Alles verandert gaandeweg en niets is wat het lijkt. Toch is het alsof ze de enige onveranderlijke factor is.

De tijd staat stil. Vandaag is morgen alweer gisteren en morgen weet ze niet meer welke dag vandaag is geweest. Zij mag haar eigen ritme volgen. Maar de maat slaat over. Het slaat nergens op.
Niemand die haar hoort. Ze luistert niet eens naar zichzelf.  En als ze wat denkt te horen is het een repeterende gedachte uit een ver verleden dat blijft echoën in haar hoofd.

Alles is welkom. Maar als alles er is, stuurt ze het weg. Dan wil ze niets. En als niets uitgenodigd is en besluit niet te komen, wil ze iets. Iets komt altijd onverwacht. Onuitgenodigd. Nooit wanneer zij daar om vraagt. Ze weet ook niet wat iets meeneemt, iets komt namelijk nooit alleen. Eigenlijk wil ze alleen maar iets. Maar wat?

Is het het verlangen van haar Ziel dat langzaam sterft? De wil van haar geest dat wil leven?

Zolang dit pact besloten blijft, ontstaat er geen opening. Geen kier om doorheen te gluren. Om een glimp op te vangen. Van licht in duister, van iets en niets. Om orde in de chaos te ontdekken en te weten in de onwetendheid.

Wijsheid is geen kennis en wanneer je daar eenmaal kennis van hebt genomen ben je wijs. Om te weten of iets zinvol is is het noodzakelijk om te ervaren wat volkomen zinloosheid inhoudt.
Om de geest te begrijpen dien je de kracht van het denken te kennen, de absurdheid hiervan te hebben ervaren om vervolgens tot de conclusie te kunnen komen in welke illusie je leeft.
De Ziel kan tot je spreken wanneer je geleerd hebt te luisteren. Wanneer vragen onbeantwoord blijven ontstaat er ruimte. Dan is er opgeruimd.
Wanneer de wil stopt met het willen vullen van deze ruimte volgen inzichten.
Dan stopt het zoeken en start het vinden.

Zij voelt zich zo vastberaden en tevens zo volkomen radeloos. Zwevend in het midden, niet wetend van welk midden. Zijn er twee helften en zoja waar ligt het middelpunt?

Balans is er zeker niet en ze balanceert regelmatig op het randje.
Laat ze zich vallen of springt ze in het diepe?
Al kijkend naar beneden, ziet ze niets, het is er even duister als boven.

Misschien is het de bedoeling om naar boven te klimmen.

Vragen, zoveel vragen. Wie wijst de weg? Wie leidt ? Wie lijdt?
Ze voelt zich onzeker en besluiteloos. Denkt niets meer te weten. En hoe meer ze denkt, hoe minder ze weet. En hoe meer ze weet hoe weinig ze weet.