BRIEF AAN MIJN LIEF

Mijn lief, heb je even? Een moment, een fractie van je tijd.Van de tijd die achter en voor ons ligt. Mijn God, wat heeft de tijd veel van ons gevraagd, gevergd, geëist. Jij gaf het de tijd, jij gaf mij de tijd. Elke dag word ik een illusie armer. Dat maakt me rijker.Steeds minder bezitten,dragen, tillen en meeslepen We laten los. Elke dag opnieuw. Behalve elkaar.

Hoezeer ik ook vastklampte aan de pijn, het verdriet en jou, jij liet me niet los.
Jij bleef me opvangen, keer op keer.
Als ik niet kan loslaten, laat jij eerst los. Als ik niet durf te springen, spring jij eerst.
Als ik bang ben om te vallen, richt jij je op. En dan kijk ik.
Mijn betraande ogen richten zich op jouw heldere blik. Jouw ogen waarin jouw ziel rechtstreeks tot de mijne spreekt.Jij staat en valt op. Zo fier, zo krachtig!
Mijn God, wat hou ik van je!
Heb ik je dat al gezegd, vandaag, morgen en gisteren.Maar vooral morgen.
Want dat betekent dat er weer een dag is. Met jou.
Mijn lief, hou me vast. Vandaag, morgen maar vooral gisteren. Toen ik wist dat ik mocht springen.
Jij kent geen angst.
Niet voor de Grote Boze Wolf. Nooit heb jij sprookjes gekend maar jij gelooft erin. Jij hoeft het niet te kennen om te beminnen. Jij bent de minnaar van het onbekende.

Mijn lief, heb je nog even? Mag ik dat nog van je vragen? Een moment, een fractie van je tijd. Mijn God, wat heb ik al veel van jou gevraagd, gevergd, geëist.Ik vraag je nu, hou me vast en laat me los.
Richt dan jouw heldere ogen tot de mijne en laat mijn ziel tot de jouwe spreken.
Zo fier, zo krachtig! Maar bovenal vraag ik je; laat me springen.
Ik zal vallen, ik weet het maar ik sta weer op. Want ik ben mijn eigen houvast.
Ik hoef mij niet meer vast te klampen.
Zodat jij niet meer hoeft te tillen, niet meer hoeft te dragen en niet meer hoeft mee te slepen.
Ik mag loslaten, mijn lief
zodat ik jou kan vasthouden…