BOODSCHAPPERS UIT DE OCEAAN

Het zijn fabelachtige wezens. Multidimensionale creaties. Wanneer ze zich vullen en voeden met licht, zijn het ondefinieerbare transparante boodschappers van de oceaan. Fascinerend vind ik ze en toch kom ik ze niet graag tegen…

Meerdere malen in mijn leven heb ik ze mogen ontmoeten; kwallen. Van heel dichtbij zelfs. Diverse malen hebben ze letterlijk hun sporen nagelaten. Ik herinner mij een vakantie in Tunesië waar ik goed te pakken ben genomen door deze wonderlijke diertjes. De rode striemen en de branderige pijn hielden mij dagenlang in de greep. Mijn bovenbeen was veranderd in een wit vlezige landkaart vol rode gezwollen striae die als rode lijnen kriskras door elkaar liepen. Geen touw aan vast te knopen.

En toch weerhield het me er nooit van om de zee in te gaan.

Hier vlakbij Gibraltar kun je eindeloze kilometers lange strandwandelingen maken zonder dat je iemand tegenkomt. Het zand is hier donker antraciet van kleur, bezaaid met fraai gevormde kleurrijke stenen en schelpen. Bij helder weer zien we zelfs Marokko liggen. Het voelt zalig; het schurende zand tussen mijn tenen terwijl de zon zachtjes op mijn hoofd brandt.

We struinen, mijmeren en turen over de oceaan. We passeren een rotsformatie welke we trotseren door door het water er omheen te lopen. Om de hoek zien we een Spaanse vrouw en een jongetje lopen. Het jongetje tuurt in de branding met zijn schepnetje in zijn rechterhand. Ik schat hem zo’n tien jaar oud. Nieuwsgierig vraag ik me af waar hij op aast.

Dan ineens zie ik hem heel zorgvuldig iets van het natte zand opscheppen. Terwijl hij naar het water loopt, legt hij zijn schepnetje erin. Wanneer we naderen, zie ik dat hij zojuist een half doorzichtig roodbruin kwalletje de zee in heeft gezet. Ah, denk ik, hoe aandoenlijk! Dit is mijn held, mijn beschermer! Hij loopt voorop om een veilig pad te banen voor mij. Een kalm gevoel omhuld mij en ik glimlach.

John vertelt me dat hij de dag ervoor dezelfde route heeft gelopen en er geen kwal te bekennen was. Hij mompelt iets over het tij, stroming en andere natuurkundige invloeden.

We passeren het stel en wanneer ik vooruit kijk zie ik tot mijn grote schrik dat de hele kuststrook bezaaid ligt met kwallen. Als aan de grond genageld blijf ik staan. Ik besluit geen stap meer te verzetten. Dit is niet te doen! Er is geen andere optie dan mijn tocht door het mulle zand voort te zetten. Geen beste keuze blijkt achteraf; het valt me zwaar op blote voeten. Slippers aan is geen optie want dan ben ik als een kiepwagen die tonnen zand bij elke stap over mijzelf heen schept.

Het is nog zo’n drie kilometer lopen en de moed zakt mij in de blote voeten. Zigzaggend van de branding naar het mulle zand, ben ik het ineens helemaal zat. Ik verwijt mezelf dat ik niet beter voorbereid op pad ben gegaan, zie mijn sneakers voor me waar ik nu zo naar verlang en overweeg zelfs om naar boven te klauteren en over de autoweg te gaan lopen die zo’n zeven kilometer langer is om vervolgens te besluiten dat dat op slippertjes helemaal geen goede optie is. Wat nu?

Ik verman mezelf. Ontspannen, blik voor je voeten gericht en lopen, zeg ik tegen mezelf. Dus stap ik behoedzaam verder. Doodsbenauwd om een misstap te maken en zo’n drillerige kwal tussen mijn tenen te hebben hangen. Maar het is niet te doen. Het strand ligt vol bezaaid.

Op het niemands- strand komen we een chirinquito tegen, een strandtent. We strijken neer. Ik puf uit terwijl ik het zweet van mijn voorhoofd veeg. Niet te doen, zeg ik tegen John. Na een cerveza en een café con leche, besluiten we terug te lopen. Ik zal er toch aan moeten geloven dus besluit ik een andere strategie toe te passen. Ik zie er als een berg tegenop en besluit dat de enige mogelijkheid is mij over te geven aan het gegeven dat het nu eenmaal is wat het is. Dat ik kan vertrouwen op elke stap die ik zet. Ja, dat voelt goed. Zo ga ik het doen.

Dus laat ik los en vol goede moed begin ik aan  de tweede helft van deze barre tocht. Ik voel me sterk, alsof ik iets zojuist iets overwonnen heb. Dat die overwinning nog even op zich laat wachten en eerst een ‘offer’ vraagt, realiseer ik mij op dat moment nog niet.

Het gaat me meer ontspannen af. Ja, dit is de manier, zeg ik tegen bemoedigend tegen mezelf. Ik zie de kwallen duidelijk liggen, het kan niet mis gaan. Zelfverzekerd stap ik flink door terwijl mijn ogen strak op het zand gericht zijn. Af en toe laat ik me zelfs verleiden tot het werpen van een vluchtige blik op de machtige zee om vervolgens gauw mijn focus te verleggen naar het oorlogsgebied voor mij. Want het is alsof ik door een mijnenveld loop en wat doe ik dat goed!

Dan gil ik het uit. Mijn rechterbeen schiet de lucht in en instinctief grijp ik naar mijn voet. Een ondraaglijke stekende pijn maakt van mij meester. Ik begin te zweten en te happen naar lucht. Het is bijna ondraaglijk. John snelt me toe, inspecteert mijn met  zwart grijze zandkorrels bezaaide voet. Het lijkt wel een hagelslag feestje op een witte maanzaad bol. Dan zie ik een ondefinieerbaar roodbruinig sliertje aan mijn voetzool hangen. Zonder na te denken veeg ik het met een resolute beweging weg. De stekende pijn blijft. Een kwal! gil ik, het is een tentakel van een kwal! John zoekt naar het geamputeerde deeltje wat mij zojuist te grazen heeft genomen maar het is niet meer te vinden.  En het leed is al geschied.

Loop even naar de zee, gebaart John me, even afspoelen. Hinkend op een been, al kermend met een rood aangelopen hoofd, strompel ik naar de zee. Het koele water biedt echter geen verlichting. John ondersteunt me terug naar het strand en inspecteert nauwkeurig mijn voetzool. Deze is rood geschuurd door het fijne zand. Het voelt alsof mijn voet is opgezwollen tot een mega dikke bal maar behalve een minuscuul rood plekje, valt er niets te ontdekken.

Zie je nou! roep ik wanhopig uit, zie je nou. Het gebeurt dus gewoon! Ja, het gebeurt. En het gebeurt mij. Regelmatig zo niet bijna altijd. Wat nog nooit is gebeurd, wat onwaarschijnlijk lijkt en wat bijna onmogelijk is, wat een heel klein percentage van bestaan herbergt, dat gebeurt mij. Niet de ander. Bij deze gedachte overvalt me tegelijkertijd ineens een enorme innerlijke rust. Ik schuif mijn slippers tussen mijn tenen terwijl er een grote grijns op mijn gezicht verschijnt. Gek genoeg, ondanks de stevig stekende pijn, ervaar ik rust.

Meerdere malen heb ik mij afgevraagd wat Kwal mij te vertellen heeft. Deze magische boodschapper van de oceaan. Niet eerder kon ik het ontcijferen. Daarvoor waren meerdere ontmoetingen met Kwal nodig. Zoals driemaal in Tunesië, eenmaal afgelopen zomer hier in Spanje met de volle aanwezigheid van het Portugese Oorlogsschip. Een ontmoeting met een giga grote kwal op een verlaten strand. En nu drong Kwal zich wel heel nadrukkelijk aan me op, ik kon er letterlijk niet meer omheen. En nu kwam het binnen.

Kwal laat me weten dat je al je angsten kunt overwinnen. Soms vraagt het van je om er dwars doorheen te gaan. Altijd een juiste beweging omdat je je niet dient te laten verlammen door angst. Daarbij is het belangrijk dat je je angsten onder de loep neemt, serieus neemt; is er sprake van realistisch gevaar of dient deze angst een ander doel?

Wanneer je eenmaal besluit je angsten aan te gaan, probeer ze dan niet te overwinnen. Maak er geen strijd van. Dat put je uit. Ga het aan, neem angst bij de hand en kijk deze recht in de ogen. Je kunt je ook een voorstelling maken van hetgeen je zo bang voor bent. Je voorstellen dat dat ook werkelijk gebeurt om te voelen welke pijn daaronder zit verborgen, welke vraagt om heling. Soms is het ook heilzaam om het gewoon te laten gebeuren. Niet vermijden. Niet eromheen draaien. Om datgene werkelijk te laten gebeuren waar je zo voor vreest.

Dan gaat het om kleine overkomelijke ‘gevaren’ die geen levensbedreigende situatie opleveren. Dus laat het maar eens gebeuren, is de boodschap van Kwal aan mij.

En zo geschiedde. Datgene wat ik het meeste vreesde, gebeurde. En ja, het deed pijn. Maar ik bleef overeind. Ik stond nog. Ok, op een been maar het ging.

Want uiteindelijk was het allemaal niet zo erg als dat ik mij had voorgesteld. En ik kon verder. Verder op mijn pad. Ondanks de pijn. Die ik uiteindelijk heb gedragen. Ik heb mijzelf gedragen.

En wanneer een last zo op jouw schouders drukt, dat je het gevoel hebt dat je kunt bezwijken, weet dan dat ook jij jezelf kunt dragen. Alles gaat voorbij, ook dit. Pijn hoort bij het leven. Dat valt niet te vermijden. Het leven is nu eenmaal niet maakbaar. Ga obstakels niet uit de weg. Wees bereid tot dragen en ontdek dat alle kracht die jij nodig hebt om te dragen, al in jou zit. Dat noemen ze nu draag- kracht.