EEN NIEUW BEGIN

“Laat me”, fluistert ze, “laat me beginnen. Vandaag nog”.

Dat was een paar dagen geleden.Maar er was geen begin. Het voelde als een einde. En elk einde kent een nieuw begin en zij kon het maar niet vinden. Dat begin.

Er was geen beginnen aan. Zo voelde het voor haar.En toch is ze begonnen met het maken van een heel klein begin. Zo subtiel, bijna onopgemerkt.

 

GROOTSHEID

Eigenlijk is het heel groots. Zo groots dat ze het zelf het niet ziet. Net zoiets als je eigen grootsheid niet zien. Ken je dat?

Waarom beginnen we daar gewoonweg niet aan, onze grootsheid inzien?

Het is tevens onze grootste angst. Dat is waar Marianne Williamson over schrijft in haar boek A Return to Love. Marianne heeft haar grootsheid ontmoet. Ik zie het, ik voel het.Zo krachtig, zo aanwezig. Zo prachtig, weelderig en zo ontzettend groots.

 

VERGETEN

Nu mag ik deze vrouw helpen herinneren. Vanaf de dag dat we elkaar hebben ontmoet. Want soms vergat ze het. Zag ze het niet. Ziet ze haar eigen grootsheid over het hoofd. Hoe groot het ook is.

Dat doen we allemaal. We vergeten het.

Nu ziet zij het; de ware woorden die ze eindelijk heeft kunnen uitspreken. Omdat ze dacht dat niemand ze wil horen, schrijft zij ze op. Ze moesten eruit, die beladen ware woorden.

 

UITEN

Al weken wordt zij zodoende pijnlijk herinnert aan de spanning die zich jaren heeft opgebouwd en nu eindelijk zijn weg naar buiten mag vinden.Haar kaken beklemd en haar keelchakra brandt al dagen onophoudelijk.

(B)uiten. Dat is wat ze nu doet. Uit-eindelijk.

Eindelijk eruit.

 

WEERSTAND

Ze vertelt me dat ze tijdens het schrijven de enorme weerstand in haar hele lijf ervaart. In eerste instantie schreef ze er wat poëtisch omheen en tot de ware kern leek ze maar niet te komen. Om de hete brij heen draaien, heet dat.

En toen het er stond, kon ze er enkel maar naar kijken. Het raakte haar niet. Kil. Koud. Leeg. Niets.

Precies de kille en koude  realiteit waarin ze is opgegroeid.

 

GETIKT

Het is een proces, zeg ik. Zelf weet ik ook vaak niet eens waarom ik wat schrijf op het moment dat ik schrijf. Ik voel alleen ergens de noodzaak. Mijn hoofd geeft meestal dan ook vele tegenstrijdige signalen. Voor, tijdens en na het schrijven.

Maar dan tik ik door.

Getikt. Zo heb ik mij lang gevoeld. Zeker na het schrijven van mijn eigen pijnlijke ware woorden. Niemand die het las, niemand die het zag. De waarheid bleef ongezien. Wederom.

En ik dacht; waarom heb ik ze in hemelsnaam uitgesproken en opgeschreven? Wat doet het ertoe? Wie wil het zien? Wie wil het horen?

 

LIEFDELOOSHEID

Allerlei emoties stonden in mij op. Boosheid. Onbegrip. Verdriet. Weerstand.

Mijn waarheid eindelijk uitgesproken en niemand leek het te willen horen. De waarheid niet onder ogen willen  komen.

Het gaf me een gevoel van liefdeloosheid, waardeloosheid. En ik begreep het niet; ik had het niet geschreven om reacties tegemoet te zien. En toch raakte het me. Diep. Het raakte me dieper dan de woorden zelf.

Er was duidelijk iets aangeraakt.

 

ZWARTE GAT

In de dagen die volgen raakt ze dieper en dieper in het zwarte gapende gat dat voor mij inmiddels een vertrouwde omgeving is. Niet prettig, dat in het geheel niet maar zoals ze zeggen; enkel onbekend maakt onbemind.

De waarheid, welke zij jarenlang zelf niet heeft kunnen aanzien en door anderen jarenlang niet gezien, werd opnieuw niet gezien. Geen erkenning. Geen recht van bestaan; ” jij doet er niet toe”.

Ik kan je zeggen; deze zeer destructieve gedachten maken dat je nog dieper in dat donker verblijft. Depressie noemen ze dat.

 

HULP

De eerste keer dat deze ‘diagnose’ werd gesteld, ontkende ik zo hardnekkig en stelde ik de psychologe zo gerust dat zij voorstelde om het dan maar te schrappen uit mijn dossier. Waarschijnlijk had ik zo’n overtuigingskracht dat zelfs zij begon te twijfelen.

Ja, daar was ik goed in; voordoen dat het allemaal ok is. Dat het goed met me gaat, dat ik altijd even krachtig ben en vooral niet vragen om hulp.Net als zij.

Daarom zeg ik in dat gesprek met haar; “Je weet het nu gewoon even niet meer, en dat is helemaal ok. Want dat is eigenlijk een vraag om hulp”.

Het was zo, ze vroeg om hulp. Smekend bijna. En hulp krijgt ze.

Ook ik kreeg destijds hulp.Telkens in een andere vorm. Altijd even liefdevol ook al herkennen we de vorm vaak in eerste instantie niet.

Een wijze teacher verzekerde me ooit; “alles wat je gebeurt is als verlossing”.

 

STRAF

We maken ons een voorstelling van de hulp waarom we hebben gevraagd. En wanneer deze komt, in een andere vorm, herkennen we het niet meteen. Dan voelen we ons in de steek gelaten. We zien het voor een straf aan en dan volgt het lijden.

Maar wij zijn het die onszelf straffen, wij zijn het die ons lijden veroorzaken. Alles wat ons ‘overkomt’ ontstaat vanuit liefde. Echter wat wij creëren niet altijd.

Zo creëerde ik mijn eigen lijden. Het lijden dat zo ontzettend vertrouwd voelde. Het lijden van het kind dat ik was dat niet gezien werd. Het lijden waarvan mijn onbewuste vond dat het eindelijk gezien moest worden.

En van daaruit handelen.

Niet bewust wetende waarnaar ik op zoek was, handelde ik onbewust daarvan uit. En dan volgde mijn ‘straf’. Altijd. Wanneer de ander mij niet zag. Mijn lijden niet zag. Niet wilde of kon zien. Het is de straf die zo vertrouwd voelde.

En zo straft zij  zichzelf nog steeds. Want ze blijft zoeken. Onbewust.

 

DEPRESSIE & ROUW

Haar emotionele brein krijgt nog steeds het signaal dat ze misschien nog kan krijgen wat ze nodig heeft. De onvervulde behoefte van het kind. En dan voelt ze het. De pijn van de ware woorden.

De pijn zit niet in wat ze geschreven heeft. Hoe pijnlijk ook. Het is de pijn van datgene wat niet is. Er niet was. Datgene wat nooit meer komen gaat.

Rouw. Depressie. Onderdrukking van de gevoelens en de pijn. Die enkel maar gevoeld willen worden.

Dan herkent ze de hulp die gekomen is waar ze zo om gevraagd heeft. Het is in de vorm van het niets. Er is niets en er komt niets. Niemand. En in dat niets zit alles.

Het is het niets dat ze mag gaan voelen. Alles daarbinnen mag ze voelen. Het mag haar raken. Niets en niemand. Dat alles voelen.

 

BEGIN

En het donkere gat is niet de dreiging, het vangt haar op. Omhult haar.

Ik kan inmiddels zien in het donker. Ik raak het aan en het raakt haar aan. Zij raakt ermee vertrouwd.

Het is niet het  einde, het is een begin…