Dromen over de Dood

Vroeger vreesde ik de dood niet, terwijl ik er alle reden toe had dat wel te doen. Nu is er geen dreiging meer en laat het me vaak niet meer los. Voornamelijk vanwege mijn werk.

Tijdens de consulten die ik geef, maak ik moeiteloos contact met overleden zielen. En tijdens een Luisterkindafstemming mag ik luisteren naar een overleden dierbare.

Maar vooral in de nacht, in mijn dromen. Dan komt ze onuitgenodigd en veelvuldig op bezoek.

In de meest vreemde vormen, altijd even nadrukkelijk aanwezig. Soms in een hilarisch, onbeduidend tafereel wat uiteindelijk regelmatig zeer bloeddorstig eindigt. Altijd weer een meesterstuk, al zeg ik het zelf.

FILM

Het is dat ik mijn nachtrust zo hard nodig heb, maar als ik mijn dromen zou opschrijven verzeker ik je dat het kaskrakers zullen zijn!

En die eer komt mij niet toe hoor, nee, ik heb geen enkele regie. Ik ben meer Co Starring.
En soms,heel soms mag ik de hoofdrol. Afhankelijk van hoe ik het er de vorige nacht van heb afgebracht. Dead or alive.

Ik heb gesnuffeld in dromen boeken, internet afgestruind en de symboliek bestudeerd. Ze is een mystieke dame, de Dood. Nog niets van wat ik heb gelezen resoneert. Ik tast, zoals gezegd, in het duister.

GEEN RUIMTE

Wat ik vooral herken is Zij zelf. Ze is veelvuldig in mijn leven geweest.

Al op zeer jonge leeftijd kwam ik op een onvoorstelbaar wrede wijze in aanraking met de dood.  Zo was ze er en zo was ze verdwenen.Moeder en de Dood.Geen ruimte voor rouw.

Als we er niet over praten, is het er niet. Zoiets. Denk ik. Ik weet het niet en begreep het niet. Nog steeds niet.
En zo leerde ik het niet begrijpen en was de Dood voor mij dood. Weg. Verdwenen. Het is er gewoonweg niet meer.Toch ergens klopte het voor mij niet.

FASCINATIE

De natuur bracht mij als klein meisje weer opnieuw in aanraking met de Dood. Alles kon mij daarin verwonderen. Dood of levend.

Ik was vooral  gefascineerd door libelle’s en vlinders. Kon er uren naar kijken, fantaseerde over hun wereld. En soms vond ik ze wanneer ze gestorven waren.Zo prachtig als dat ze nog waren! Dan nam ik ze mee naar mijn wereld. In een doosje. Opgesloten. Dood.

Ik voelde er niets ‘slechts’ of treurigs bij, voor mij waren ze nog even mooi.

GEEN RUIMTE

Gaandeweg de jaren ‘verdwenen’ enkele dierbaren en geliefde dieren. Zoals iedereen dit verdrietige gegeven ooit of meerdere malen in zijn en haar leven meemaakt.

Ook hierin bleef vaak het afscheid uit. Omdat anderen alles omtrent hun dood regisseerden. Geen ruimte. Geen rouw. Co Starring.

ROUWEN

Jarenlang wist ik niet wat rouwen is, hoe je ‘dat’ doet en al helemaal niet hoelang. Totdat ik het echt kon voelen.Tot op het bot. Dat intense verdriet dat helemaal bezit van je neemt. Het ongeloof, het pijnlijke besef. Het grote gemis, de immense leegte.

Niet meer ooit en nooit. Alles en niets. En dat niets is als een ruimte. De ruimte om te leren rouwen.

ENGEL DES DOODS

Totdat in een droom de rouwstoet voorbij reed. Ik stapte gewoon in. Reed mee in mijn droom. Ik had de regie. En daar zat ze, de Engel des Doods.

Alles zwart behalve zij.

Ik bestudeer haar, mijn blik glijdt over haar bijzonder serene verschijning. Alles neem ik op, zo gedetailleerd. Gehuld in een witte wollen lange rok met daarboven een pastel roze mohair coltrui en een ongelooflijk zachte helende energie.

Een mooie elegante dame op leeftijd. Haar handen ontspannen in haar schoot.

Ik ken haar niet, zij mij wel. Dat zie ik in haar zachte blik.

BESTEMMING

Ze knikt naar me en glimlacht. Nauwelijks woorden, toch begrijpen we elkaar.
Behoedzaam en zwijgend neem ik plaats naast haar. In een luxe zetel. Alles is even comfortabel in het voertuig dat langzaam zijn weg vervolgt. Dan komen we aan op de plaats van bestemming.

De stoet voor ons is tevens gestopt. Niemand stapt uit.

We zijn aangekomen op de begraafplaats. Hier staat het te gebeuren. Ik mag eerst uitstappen.
Voordat ik dat doe, pakt ze iets uit een kist. Het is een hoed. Een prachtige witte hoed. Behoedzaam zet ze deze op haar hoofd. Het past haar.

BESLUIT

Haar glanzende witte haar golft over haar schouders en ze kijkt me vragend aan van onder de rand van haar hoed: “Deze doen?”, vraagt ze vriendelijk.
“Ja”, antwoord ik, “Ja, deze staat u prachtig en past helemaal “.
“Niet te opzichtig voor deze gelegenheid?”vraagt ze me nog uitdagend.

Ze wil mij laten beslissen en achter mijn besluit laten staan, merk ik. Ik twijfel absoluut niet en zie aan haar dat ze ook besloten heeft.

“Nee, helemaal passend voor deze gelegenheid”, zeg ik resoluut. “Mooi!”zegt ze en haar handen vallen terug in haar schoot. Ze lacht, ik zwaai en stap uit.

LEVEN EN DOOD

Dan ontwaak ik langzaam en ik vraag me niet eens af of het einde van de droom al gedroomd is. Ik heb immers de regie, ik ben uitgestapt.

De vele nachtmerrie’s in de nachten gaan over de dood, gedood worden en vluchten voor mijn leven. Ik voel en ruik zelfs in mijn dromen. De meest bizarre opdrachten dien ik met goed gevolg af te leggen, Het gaat immers over leven en dood. Redden van andermans leven en mijzelf.

OVERLEVEN

Alles doen om mijzelf en iedereen in veiligheid te stellen. In mijn dromen ren ik als een dolle door mistige straten, spring als een gek over en van torenhoge gebouwen, vlieg met bizar snelle straalmotoren in een mum van tijd naar verre, onbekende oorden. Alles om te overleven.

BOODSCHAP

En nee, ik voel me dan totaal geen ware heldin. Het lukt me namelijk niet altijd om te overleven of te laten overleven. Dat maakt de ochtenden die volgen bij voorbaat al donker en duister. Want uiteindelijk volgt altijd de Dood. Ik heb immers nooit de regie.

Maar na deze droom, jaren geleden, begrijp ik meer van de Dood dan ik ooit heb gekund.
Zij heeft het me zelf laten zien…