Een wonderlijke afstemming

Regelmatig  gebeuren er wonderlijke dingen tijdens een afstemming. Zo ook in de afstemming van Isa.

Met uitdrukkelijke toestemming van haar mag ik deze (verkort)publiceren.Waarom? Omdat Isa weet dat jij net als zij worstelt met het gevoel van afgescheidenheid, angst om alleen te zijn en het gevoel vast te zitten.Omdat ze wenst dat haar afstemming jou mag raken.

Wat deze afstemming vooral zo bijzonder maakt, is dat er een auralifter aanwezig is bij Isa.Een bang en verlaten weesmeisje. Door iedereen verlaten en dat zo verlangt naar moederliefde. Ik mag haar uiteindelijk naar het Licht brengen.Ook de Gids van Isa komt aan het woord en geeft haar wijze raad…

Wanneer ik mij afstem op jou Isa, voel ik een enorme speelsheid. Je dartelt in het rond en hebt ambitieuze plannen. Je wil de hele wereld over en door groene weiden dartelen. Als een klein kind wil je spelen en plezier maken.

Ontmoetingen hebben met andere zielen en samen het leven ervaren. Het leven dat jij voor ogen hebt lijkt enkel zo ver weg. Je zit nu verstopt in jouw holletje en voelt je afgesneden van de wereld zoals jij deze graag ziet. Zoals deze in jouw ogen is. Het ligt ver buiten bereik en je kunt er maar niet bij. Het voelt voor jou alsof je er nooit bij zult komen. Dat die wereld niet toegankelijk voor jou is. Jij zit opgesloten in een donker hoekje en je kunt er niet uit.

Waarom zit je daar, Isa?

Ik weet het niet, zeg je met piepende stem. Ik zit hier maar te zitten en niemand die me ziet.

Waarom zien ze jou niet?

Omdat ik afgesneden ben van de wereld. Van de mensen.

Hoe komt het dat je afgesneden bent?

Ik weet het niet precies. Ergens is dat gebeurd. Ze hebben me hier neergezet en ik kan er niet uit.

Wie heeft jou hier neergezet?

De mensen.

Welke mensen?

Ooit in een ver verleden hebben de mensen mij hier gebracht. Ze wilden me niet meer. Waren uitgekeken op me, hadden me niet meer nodig, konden me niet meer gebruiken en toen hebben ze me weg gedaan.

Wat verdrietig Isa. Hoe is dat voor jou?

Pijnlijk, zeg je met zachte stem terwijl je me met verdrietige oogjes aan kijkt. Heel pijnlijk. Het gevoel te hebben dat niemand je wil is heel intens. Ik kan ook geen contact meer maken met de mensen want niemand wil me.

Hoe komt dat toch dat je dat denkt?

Nou, kijk om  je heen; zie jij iemand? Nee, er is niemand en zo zal het altijd blijven.

Maar Bas is er toch?

Ja Bas. Maar die zit in de andere wereld. Niet in de mijne.

En hoe is zijn wereld dan?

Die is mooi, vrij en vol mogelijkheden. Niet mijn wereld en ik kan er geen contact mee maken.

Kan hij contact met jou maken?

Ja, dat probeert ie wel maar het lukt niet.

Waarom lukt het niet?

Omdat er iets tussen zit. Een glazen wand. Hij kijkt er doorheen, ik ook, maar we zien mekaar niet echt. We kunnen er niet doorheen prikken zeg maar.

Wat is er nodig om jou door die glazen wand heen te laten gaan, dat jij ook deel kan uitmaken van zijn wereld?

Ik weet het niet, ik voel niks. Weet niet hoe dat moet.

En als jij niet weet hoe dat moet, wat heb je dan nodig? Hoe kunnen we jou bevrijden uit deze positie?

Ik weet het niet, volgens mij kan het niet. Nooit. Moet ik hier altijd blijven zitten en het is zo donker hier.

Ben je daarom zo bang om alleen te zijn?

Ik ben het gewend, alleen te zijn, het was altijd al zo. Niemand kan erin en ik kan er niet uit.

Kunnen we het licht aan doen voor je?

Ik weet het niet, waar zit het knopje dan? Ik zie het niet.

Nee, dat komt omdat het zo donker is. Hier is het knopje kijk, ik klik het aan.

Dan gaat het licht aan.

Nee nee!! schreeuwt ze, ik wil het niet, geen licht!

Wie is dat die dat zegt? Ben jij dat nog Isa?

Nee, ik ben Isa niet, ik ben een klein weesmeisje dat hier achtergelaten is. In het donker zal ik zijn en altijd blijven.

Ach meisje toch, hoe kom je hier terecht?

Ze hebben me afgedankt. Net als het meisje met de zwavelstokjes. Ik loop in oude vodden en niemand die me wil, naar me omkijkt. Heb geen pappa en mamma en zit hier heel alleen in het donker en de kou.

Ach lieverd toch wat verdrietig! Waarom wil je niet dat het licht aan gaat?

Omdat ze me dan kunnen zien. Dan zien ze me zitten en dan lachen ze me uit. Wijzen naar me en zeggen; kijk dat is dat meisje dat niemand wil. Nee, laat me dan maar in het donker zitten.

Maar ik zie je en ik wil je graag.

Ik geloof er niks van!

Boos laat ze het hoofdje hangen.

Hoe kan ik jouw vertrouwen winnen?

Niet. Dat lukt niet. Want als je me wel wil zoals je zegt, zeg je straks dat je me niet meer wil en dat is al zo vaak gebeurd, dat wil ik niet meer. Dus ga maar weg en laat me hier maar zitten.

Maar Isa denkt nu ook dat ze met jou in het hoekje moet blijven zitten. Daar heeft zij last van.

Hoezo mag zij wel in het licht en met anderen zijn zoals met Bas en ik niet? Nee, dan blijft ze maar hier, zijn we ergens toch nog samen.

Dus eigenlijk wil je heel erg graag samen zijn met iemand?

Ze begint te huilen, heel zachtjes.

Ja, heel graag. Maar ik heb mijn zusje en broertje verloren en die zijn voor altijd samen. Daar kan ik nooit meer bij zijn. Laat me dan maar hier. Voor eeuwig.

Voor eeuwig? Maar niemand leeft toch eeuwig?

Ja ik ben ook een soort van dood maar ook weer niet. Ik weet het geen eens eigenlijk.

En als je overleden bent, wil je dan ook niet graag naar het Licht? Naar jouw broertje en zusje?

Ik geloof niet dat dat kan dus blijf ik gewoon hier.

Resoluut slaat ze haar armpjes over elkaar.

Zal ik het Licht eens aanroepen en ook jouw broertje en zusje? Dan kun je eens kijken naar ze en zodoende weten waar ze zijn?

Ik geloof er gewoon niks van.

Dan verschijnt het Licht. Een zuil van licht met een moeder. Ze staat met in haar armen twee kindjes. Twee naakte kindjes die kraaien. De moeder lacht en nodigt het meisje in het donker uit met haar armen.

Kom, kom maar, roept ze zacht.

Dat is niet mijn moeder, zegt het meisje dan.

Dat hoeft ook niet zeg ik zacht, het is een moeder die jou verwelkomt. Je mag naar haar toe als je wil. Ze heeft genoeg liefde voor de kindjes en voor jou. Toe maar, loop maar naar haar toe.

Het meisjes staat op uit het donkere hoekje en loopt naar de moeder toe. Ze staat voor haar en de moeder strijkt haar hand over haar hoofdje en drukt haar tegen zich aan.

Het meisje kijkt naar me om en lacht.

Mag het? Mag het echt?

Ja lieverd, het mag, echt. Ga maar.

Dan stijgen de moeder met de twee kindjes en het meisje tegen zich aan op in de lichtzuil. Een kalmte ontstaat en het donkere hoekje wordt licht.

Hoe is het met jou Isa?

Ik heb er naar staan kijken en vond het nogal ingrijpend zeg. Ben er even stil van.

Ja. dat snap ik.

Nu sta ik in het licht en dat voelt onwennig.

Nu het meisje er niet meer is samen met jou in het donkere hoekje bedoel je?

Ja, ik voel me een soort van naakt.

En hoe is dat?

Voelt onwennig, kwetsbaar ook. Weet niet goed waar ik naar toe moet.

Je kunt overal naar toe.

Maar zo voelt het niet. Alsof ik naakt naar de mensen toe stap, in de wereld.

En wat is daar erg aan?

Dan kan me van alles gebeuren. Zo bloot, zo open. Dat durf ik niet goed.

Wil je terug naar het hoekje?

Nee, dat ook niet maar het is net of ik nu wat mis.

Wat mis je?

Dat beschermlaagje, dat kleine meisje. Ergens bood ze me schuil ruimte. Ik schikte in mijn lot met haar. Dacht dat ik me niet kon bewegen ofzo maar dat is natuurlijk helemaal niet waar.

Nee, dat klopt. Voel je nu ook nog angst om alleen te zijn?

Ik ben zolang met haar geweest dat ik niet meer zo goed weet hoe het alleen te doen. Ik heb geen idee welke richting ik op moet.

Welke richting zou je op willen?

Midden in de wereld staan. Niet teveel prikkels en mensen om me heen maar wel midden in de natuur.

En met Bas?

Ja ik zou meer in verbinding willen zijn. Ook met mezelf. Dat kunnen voelen.

Wat is daar voor nodig?

Niets eigenlijk. Gewoon naakt zijn. Figuurlijk dan he. Zoals ik ben. Zonder afweer lagen en beschermingsmechanismen. Zijn. Gewoon zijn.

Denk je dat je die lagen nu los kunt laten?

Stapje voor stapje misschien. Ik vind het zo eng.

Ja, dat snap ik, wat vind je precies eng?

Ik weet het niet zo goed, alsof ik telkens wat achterlaat van mezelf.

Je weet dat dat niet kan toch?

Nee, letterlijk niet maar het gevoel is er wel. Dat ik steeds stukjes van mezelf achterlaat en weggeef als ik mij verbind.

En dan blijft er niets van je over.

Precies ja, dus dat kan niet en dan hou ik mezelf tegen. Hou ik het leven tegen. Dan kom ik niet vooruit en zit ik weer opgesloten.

Hoe kun je dat loslaten?

Door vertrouwen te hebben. Te krijgen. In het leven en mezelf. En ervaren dat ik mijzelf niet verlies, geen stukjes kwijt raak.

Dat is mooi. Dus eigenlijk zeg je; ik mag het gewoon gaan doen, die verbinding aan gaan?

Ja, maar ik weet niet goed hoe ik dat moet doen?

Zullen we het jouw gids vragen?

Ja graag!

Lieve Gids van Isa, hoe kan Isa die verbinding aan gaan met zichzelf en met Bas?

Door te luisteren, zegt de gids.

Een zware energie komt binnen.

Waarnaar?

Naar mij, de engelen en natuurlijk vooral zichzelf. Wij zijn er voor haar altijd maar zij mag het zelf doen.

Hoe kunnen jullie haar helpen hiermee?

Het blijft even stil.

Gids, hoe kunnen jullie helpen?

Wij zijn er gewoon, doen niets speciaals, dat denkt Isa, dat wij iets zullen doen maar zo werkt het niet. Daardoor gebeurt er steeds maar niks. Wij zijn er gewoon, die verbinding is er maar Isa draait het om.

Dus jullie zijn er voor haar?

Ja, altijd. Zij mag gaan luisteren en dan zullen de signalen volgen. Tekens en mensen op haar pad. Mooie gebeurtenissen en toevalligheden. Die stroming komt dan op gang, die flow. En daar mag ze zich mee verbinden. Niet specifiek via het woord. Wanneer ze daar naar blijft zoeken gaat het nooit komen. Dan blijft de lijn stil. Wij spreken niet. Wij zijn er en laten dingen  gebeuren. Zoals het leven zelf, het gebeurt. Hier vlak voor je neus.

En hoe kan Isa haar angsten om alleen te zijn overwinnen?

Het is het trauma, het kindje dat zo vergeten is, zo godsgruwelijk verlaten is geweest. Ik benadruk; geweest. Dat is voorbij. Maar Isa leeft daar nog altijd. In een tijd, die wij niet eens kennen. Hier is geen tijd. Enkel gebeurtenissen. Die staan op haar plaat en wij zien ze. Maar dat is geweest. Je kunt niet oeverloos die plaat blijven afdraaien. Het gaat door, als en spiraal loopt het leven door. Wanneer je daar ergens onderin blijft hangen mis je de stroming. Die voel je dan niet terwijl die er wel is. En dat is wat haar beangstigd. Dat ze die stroming niet voelt. Het staat stil voor haar gevoel en ze ziet die spiraal niet meer omdat ze erin vast zit.

Hoe kan ze loskomen en meegaan in de spiraal?

Door zichzelf los te maken. Los te wrikken. In beweging komen en dan ervaren. Ervaren dat ze zich weer in de spiraal van het leven begeeft. Afgescheidenheid ontstaat hier. Komt hier vandaan. Doordat je je buiten de spiraal van het leven begeeft. Daar is niks. Niets. Dat is het niets. En daarvanuit dien je weer in de spiraal te komen.

Maar hoe?

Dat zeg ik, in beweging komen zodat haar stroom weer afgelijnd is met die van de spiraal. Dat dat weer overlapt.

Kun je een concreet voorbeeld noemen?

Nu vraag je mij toch het werk te doen he? zegt de gids lachend, doch serieus.

Ik probeer Isa te helpen.

Isa dient zichzelf te helpen. Ze is geen afhankelijk kind dat hulp behoeft. Ze heeft alle kracht en potentie. Maar leeft in een andere dimensie zogezegd en daar mag ze uit. Zelf dient ze in beweging te komen.

En hoe komen situaties dan op haar pad en de mensen?

Die komen, wees gerust. Ze kan ze alleen nu niet zien. Doordat ze buiten de spiraal des levens staat. Wees gerust, alles komt goed. Enkele maar die spiraal voor ogen houden en wij doen de rest.

De Gids knipoogt en dan gaat ie verder. Hij verdwijnt in de mist.

Dank Gids, voor jouw waardevolle inzichten en antwoorden. Ik geef ze door aan Isa.