Mea Culpa

De wereld staat in brand, is massaal op de vlucht en angst, onrust en woede overheersen.

De media berichten over doodsbange hongerige kinderen zonder huis en haard, bedolven onder het puin dat het gevolg is van de eindeloze bombardementen. Ontzielde aangespoelde lichamen en de gruwelijkheden worden elke seconde begaan. De wanhoop druipt van de beelden af waar ik al geruime tijd niet meer naar kan kijken.

Sluit ik mijn ogen? Wil ik mijzelf behoeden voor iets wat ik niet wil zien, niet wil erkennen?

Nee, want ik kijk net als jij toe. En we voelen de afschuw en het ongeloof en zeggen; er zijn geen woorden voor.

Geen woorden meer die onze gevoelens van ontzetting en diepe verontwaardiging kunnen beschrijven. Want dat is wat we diep van binnen voelen en het verscheurt ons.

HOE MACHTELOOS ZIJN WE?

In tijden van nood, chaos, lijden en diep verdriet ervaren we machteloosheid. En dat spreken we vrijelijk uit. Tevens wijzen we maar al te graag een schuldige aan en projecteren zodoende onze eigen angsten op de ander.

Even vergeten we dat we ons niet hoeven uit te spreken over het hoe, wie en waarom. Dat behoeft geen woorden.

We hoeven ons niet machteloos te voelen. We kunnen namelijk werkelijk iets doen.

En toch, het zijn de gevoelens van machteloosheid welke overheersen in tijden van drama en ontwrichting. Krampachtig voelen we de drang iets te willen doen en tegelijkertijd de verlammende overtuiging helemaal niets te kunnen doen.

WAT KUNNEN WE DOEN?

Machteloosheid komt voort uit onbegrip en woede. Dat heeft niets met liefde te maken.

We hoeven het namelijk niet te begrijpen en op te lossen. We kunnen altijd iets doen, altijd iets betekenen. Voor de ander, voor onszelf en de voor wereld om ons heen.

WIE IS DE SCHULDIGE?

Het is onze eigen pijn die ervoor zorgt dat we op zoek gaan naar schuldigen, naar wraak en genoegdoening. Het zal ons echter nooit vervullen.

Ieder van ons handelt vanuit zijn/haar eigen pijn en wijst daarbij naar de ander. We sluiten hierbij onze ogen, voor onszelf en de ander.

En zolang we blijven handelen vanuit onze pijn, zal er geweld zijn. In en om ons heen.

We doen onszelf geweld aan en de ander.

IK BEN EEN ANDERE JIJ

Weet dat jij als de ander bent en de ander is als jij. Zolang we het blijven zoeken bij de ander, blijft er pijn.

Een stinkende gapende wond die nimmer zal helen. Het zal gaan etteren, ontsteken.

En de onverdraaglijke vlammende pijnen zullen blijven zorgen voor destructieve gedachten en dito handelingen.

WRAAK

Alles omdat we denken hiermee de pijn te kunnen verzachten. We zinnen op wraak. Vereffening. Iemand moet op de knieën. Zolang wij het zelf maar niet zijn.

We maken onszelf kapot en de ander, die we tevens als schuldige aanwijzen.

Dáár zijn geen woorden voor.

STOP HET ZOEKEN, START HET VINDEN

Wanneer we gewoonweg stoppen met het zoeken en starten met het vinden van onze pijn, kunnen we beginnen met helen. Wanneer we beginnen met het helen van onze pijn, helen we tevens de ander. Pas dan kunnen we de wereld helen.

Laat vandaag de dag zijn dat jij zegt; STOP!

Vanaf vandaag neem ik volledige verantwoording voor mijn gedachten en gevoelens. Ik ben niet mijn gedachten, ik ben niet mijn lichaam, ik ben de getuige.

Elke dag opnieuw ben ik de getuige van wat er in mij omgaat. Ik observeer.

En ik handel zoals ik wens dat de ander handelt.

SPIEGEL

De ander is mijn spiegel. Ik ben bereid te kijken in die spiegel, in alle openheid en met liefde voor mijzelf en de ander.

Ik ben de ander.

Wanneer de ander strijdt, zie ik dat hij lijdt. Ik zie daarin ook mijn lijden, mijn pijn. Ik herken het. En ik zeg: STOP!

Ook tegen de ander.

VERGEVEN

We distantiëren ons van de schuldvraag. En nemen onze eigen verantwoordelijkheid en nodigen zodoende de ander uit hetzelfde te doen.

Pas dan bevrijden we de ander uit zijn machtspositie en onszelf uit de machteloosheid. Pas dan zullen we weten dat we allen verantwoordelijk zijn en is de schuld vergeven.