De Opname deel 2

Terwijl ze wat vluchtig heen en weer krabbelt in het dossier dat links van haar op het bureau ligt, bestudeer ik haar kantoor. Dit is dus het hoofdkwartier.

Als een schoolmeisje dat bij de conrector op het matje moet komen zit ik tegenover haar aan het bureau. Terwijl ik me eigenlijk bevoorrecht zou moeten voelen. Maar ik voel niks.

De uitverkorene

Het heeft even geduurd voordat ik plaats mocht nemen. Alles is hier namelijk keurig en strak geregisseerd. Met uiteraard wat ruimte voor noodgevallen. Maar dat ben ik niet. Dat zijn anderen. Of eigenlijk steeds dezelfde.

Ik zie ze heus wel, de uitverkorenen, wanneer een van hen in de ochtend als een stil muisje haar kamer binnenglipt. Om vervolgens een uur later met roodbetraande ogen weer te ontsnappen. Ik kom ze tegen, in de gang.

Ze snellen langs me heen alsof ze een buit te verdedigen hebben. Ze kijken me niet aan en ik hen ook niet. Nou ja, vanuit een ooghoek hou ik ze nauwlettend in de gaten terwijl ik zogenaamd geïnteresseerd ben in het weekprogramma op het aanplakbord.

Maar ik onthoud niks, dus waar kijk ik eigenlijk naar? Niemand die het opvalt, niemand die het ziet.

Privileges

Wat gebeurt daar eigenlijk allemaal, vraag ik me af. Waarom zijn er privileges en waar kun je die halen? En waarom heb ik ze eigenlijk niet?

Dus ga ik op onderzoek uit. Ik bespioneer en infiltreer. Gewoon vragen is geen optie, daarmee toon ik mijn kwetsbaarheid en kwetsbaarheid is dodelijk heb ik geleerd.

Tenslotte begeef ik me nog altijd in oorlogsgebied.

Uiteindelijk ontdek ik De Lijst. En dat blijkt het ticket te zijn om toegang te verkrijgen tot de Geheime Kamer.

Op audiëntie

Dus heb ik mij laten inschrijven op die lijst. Een lijst met data en tijdstippen waarachter je naam komt te staan. Mijn naam stond er al enige dagen op en nu is het dan zover. Ik mag op gesprek komen, in de Geheime Kamer. Op audiëntie bij de psycholoog van het net-niet-gekkenhuis.

Tussen ons in staat een bureau. Achter haar een groot raam dat uitzicht biedt op de oprijlaan. De vluchtroute van en naar dit oord van hoop, herstel en belofte.

Het plafond is meters hoog en heeft nog wat authentieke kenmerken. Het is hier oud, heel oud. Welke kamer zou dit vroeger geweest zijn in het klooster; kwam je hier enkel op strikte uitnodiging van moeder overste?

Beide vragen roepen een enorme onrust op in mijn hoofd en ik voel me totaal niet op mijn gemak. Wat schrijft ze eigenlijk?

Overleven

“Ja, als je het er niet mee eens bent, schrappen we het gewoon hoor”. Betrapt. Ze heeft mijn onrust opgemerkt. Wacht eens even, is dit een sluwe truc om mijn vertrouwen te winnen? Of is dit de zoveelste psychologe die onder de indruk is van mijn welbespraaktheid en me daardoor weer eens overschat?

Ik moet schakelen, nu. Wat staat me te wachten; een aanval of een verlating?

In een paar seconden schat ik mijn kansen in en zet het juiste wapen in. Alles om te overleven. Ja, dat systeem leg je niet zomaar plat, hoeveel pillen er ook ingaan. “Nee hoor”, stamel ik, “laat maar staan. Ik vraag me alleen af of het waar is, of het echt waar is dat ik een depressie heb”.

Serieus belangstellend kijk ik de psychologe aan met een onderzoekende chronische frons tussen mijn wenkbrauwen

Als de situatie niet zo ongelooflijk ernstig was zou je ter plekke van je stoel vallen van het lachen. Wat een grap zeg!

Ik zit er meer dood dan levend bij, slik vijf ‘pammetjes’ per dag, ben opgenomen na weken apathisch thuis op de bank te hebben gezeten en nog doe ik een poging om vooral niet te laten zien dat er iets goed mis is met me.

Alles om overeind te blijven. Overleven. Me staande houden. Koste wat kost.