Brief van mijn onzichtbare naaste

 

“Een brief van mij aan jou.onzichtbaar 2
Of van jou aan mij.

En pleit niet langer; “ik wist het niet” en “ik kan en/of kon niks doen”.

Kijk maar eens goed naar jezelf wanneer je weer eens enkel met jezelf bezig bent en naar de ander niet omkijkt.

Confronterend?
Schokkend?

Nee, waarschijnlijk niet.Je zult het namelijk stellig ont
kennen.
Ik begrijp dat wel.

Maar waarom wel gechoqueerd zijn wanneer er in de media iets rampzalig in beeld gebracht wordt?

Over kindjes die je nooit hebt gekend, vreemden zonder dak boven hun hoofd die je nooit hebt gezien. Jonge mensen met wanhoopsdaden die je nooit gehoord hebt.

En dat raakt je dan en daar raak je dan niet over uitgepraat.

En je wijst een schuldige aan.
Of meerdere. En je spreekt van schande.Meestal voor een week.

Daarna begint JOUW leven weer en gaat het dus weer over jou.Weet je wat ik een schande vind?

Dat je deze façade hoog houdt.Bewust of onbewust.

Er zullen een hoop psychologen zijn die er een passende theorie op los kunnen laten.

Maar ik heb het niet over de psychologen, ik heb het over JOU.
Jij die geen verantwoording neemt.
Niet om je heen kijkt.
Je naaste niet ziet.

Je ziet mij niet staan.
Je kijkt niet naar me om.

Het beeld dat jij van mij hebt, heb jij zelf gevormd.
En als ik daar niet in pas, kijk je er gewoon niet meer naar.

Dan hoef je ook niets te doen, niets te zeggen.

Dan is het er gewoon niet.Ik ben er dan gewoon niet.
Opgelost.

Behalve wanneer ik in beeld moet komen.Voor de vorm, voor het plaatje.
Dan mag ik opdraven.Dan moet ik me laten zien.

Niet dat jij dan echt naar me omkijkt.Nee, het is juist andersom.

Ik mag opdraven omdat de rest dat ook doet.
Het valt dan op, als ik er niet ben.
Dat is wat jij ziet. Dus kom ik.Zoals altijd.

En doe ik een kunstje, precies datgene wat jij van me vraagt.
En jij vraagt verder niets.Je vraagt mij niets.

Ik ben er,
maar je ziet me niet.

Onzichtbaar”.