Brief aan mijn Lief

Brief aan mijn Lief schreef ik op 10 december 2014.

Het is DE ultieme liefdesverklaring aan mijn man John, op dat moment in ons leven. Er spreekt zoveel bewondering uit, zo’n innige verbinding maar ook zoveel wanhoop en tevens zoveel kracht.

Wilskracht om weer op eigen benen te kunnen staan. En stap voor stap kwam ik opnieuw in contact met mijn eigen kracht. Ik eigende het toe. Met hem aan mijn zijde. Nu kijk ik terug; trots en fier!

En ach, de Liefde behoeft verder geen uitleg, Lees zelf maar…..

14-09-2002

“Mijn lief,
heb je even?

Een moment, een fractie van de tijd. Van de tijd die achter ons ligt, voor ons ligt en eigenlijk helemaal niet bestaat. Toch vraag ik het je.

En mijn god, wat heeft de tijd al veel van je gevraagd.

Gevergd. Geeist.  Opgeeist.

Maar je gaf en bleef geven. Je gaf het de tijd. Je geeft mij de tijd. Illusie. Allemaal illusies. Ik leef daarin en jij dus ook. En elke dag opnieuw word ik een illusie armer.

Dat maakt me rijker. Maakt ons rijker.

Des te minder we bezitten, dragen, tillen en meeslepen des te rijker worden we. We laten los. Elke dag iets. Elke dag opnieuw.

Behalve elkaar.

Hoezeer ik ook vastklamp aan de pijn,het verdriet en jou; jij laat me niet los.
Je blijft me opvangen, keer op keer.

Als ik niet wil loslaten, laat jij eerst los. En als ik niet wil springen, spring jij eerst.

En als ik weer bang ben om te vallen, sta jij op. En je zegt; “kijk, kijk naar me!”

En dan kijk ik.

Mijn betraande ogen richten zich op jou. Op jouw prachtige lijf, jouw heldere ogen waarin jouw ziel rechtstreeks tot de mijne spreekt.
Jij staat en valt op.

Zo fier, zo krachtig en mijn God, wat hou ik van je! Heb ik je dat al gezegd vandaag? Dat ik van je hou, vandaag, morgen en gisteren.Maar vooral morgen.

Want dat betekent dat er morgen weer een dag is. Met jou.

Dat is iets om aan vast te klampen toch? Om me aan vast te houden.

Mijn lief, hou me vast.

Vandaag, morgen maar vooral gisteren.

Toen ik zo bedroefd en teneergeslagen was en niet meer wist mij staande te houden. Wist dat ik mocht springen maar niet durfde. Moegestreden. Angstig. Angstaanjagend.

Dat is het.

Vaak.
Maar jij bent niet bang. Niet voor de Grote Boze Wolf.

Jij hebt nooit sprookjes gekend maar je gelooft erin. Jij hoeft het niet te kennen om te beminnen. Jij bent de minnaar en de beminde.

Ik wil jouw liefde beminnen,mijn Lief, heb je nog even?

Mag ik dat nog van je vragen?

Een moment, een fractie van de tijd. Mijn God, wat heb ik al veel van je gevraagd! Gevergd.

Elke dag opnieuw.
En ik vraag je:hou me vast en laat me los. En kijk, kijk naar me!

Richt dan jouw heldere ogen tot de mijne en laat mijn Ziel tot de jouwe spreken. Zo fier, zo krachtig.

Maar bovenal vraag ik je; laat me springen. Ik zal vallen, ik weet het maar ik sta weer op. Want ik vind houvast. Ik hoef me niet meer vast te klampen.

Zodat jij niet meer hoeft te tillen, niet meer hoeft dragen en niet meer hoeft mee te slepen.

Ik mag loslaten mijn lief zodat ik jou kan vasthouden…”